Woensel - 't Eindje

 

Als er nog Eindhovenaren zijn die op 't Eindje hebben gewoond, dan moeten ze op de vingers van één hand zijn te tellen. 't Eindje, een straatje dat vanwege zijn reputatie in 1937 werd omgedoopt in Lijmbeekstraat, werd in 1951 definitief van de kaart geveegd om onder de nieuwe spoorlijn te verdwijnen. Willy van Oers, oud-bewoner werd er geboren in 1935 en was jarenlang op zoek naar mensen die hem er nog iets over konden vertellen. Het resultaat zette hij samen met zijn dochter Jolanda op papier.



De geschiedenis van 't Eindje
Het Eindje was het laatste stukje van de handelsweg van Eindhoven naar Oirschot (later Lijmbeekstraat) die gelegen was op de hogere zandgronden en om die reden vroeger "Hoogeweg" werd genoemd.
Het lag in de “Limbeke”, een lemig gebied aan het riviertje de Lijmbeek, later de Windgraaf. Deze beek kwam net voor de Emmasingel uit in de Gender om zo gezamenlijk de stadsgracht van Eindhoven in te stromen. De naam Limbeke duikt voor het eerst op in 1273 in het oorkondeboek van Brabant samen met de Fellenoert (Fellenoord) en den Boomgaart (Bogerd). De naam Lijmbeekstraat is van jongere datum, maar de straat zelf komt al voor op een kaart uit 1560 van Jacob van Deventer (zie boven). Ook 't Eindje staat er al op met bebouwing en al. R. Mercks stelt dat dit stelsel van karresporen zowat 2500 jaar geleden zijn vorm al moet hebben gekregen en eeuwenlang niet is veranderd.

Aan de zuidzijde hiervan vormde de Windgraaf - in de 15e eeuw ook wel Dwarsgrave genoemd - grotendeels de grens tussen Woensel en Strijp. De Windgraaf stond later ook wel bekend als de “Oliesloot”, een naam die te danken was aan het vele afval dat de fabrieken erop loosden. Vanaf de Gagelstraat was het riviertje overkluisd en liep het ongeveer gelijk met de spoorbaan achter het Eindje door om uiteindelijk uit te monden in de Dommel.
Begin 20e eeuw stonden er op het Eindje zowat 85 huizen. Ook al viel het onder de gemeente Woensel, de bewoners waren grotendeels aangewezen op de stad Eindhoven voor hun inkopen; het centrum van Woensel was te ver weg.

De bewoning was zeer gevarieerd: sigarenmakers, kleine middenstanders, losse arbeiders en niksnutten. Aannemers en verzekeringsagenten, een bestuurslid van de N.C B. (Panken) en zelfs een miljonair.

De café's in de straat zorgden nogal eens voor overlast, er werd menigmaal gevochten en vernield.
In 1934 waren er de volgende café's:
Café H. van Asch - Eindje 46
Café De Klomp - Eindje 55 tel 4508
Café Oud Keulen - Eindje 33 en
Café Het Visschertje - Eindje 49. Van het laatste café ziet u hierboven een foto uit 1947. Het werd uitgebaat door Thies Wullems en zijn vrouw Til van den Biggelaar. Na de sloop verhuisden vele bewoners van het Eindje e.o. naar de Maycrete-woningen in Gestel, zo ook Til. Haar man was toen al overleden.

Lodewijk van Woensel beschreef de rumoerigheid op 't Eindje als volgt: "de rauwigheid begon feitelijk al op 't Eindje, zo te zeggen de voorstad van de Polder, waar 't zo mee en dan binnens- en buitenskamers oorlog waar. Als ge daar 's zaterdagsavonds doodgemoedereerd d'n draai naar 't café van Jan den Hek genomen had en de kant van den Binnenpad uitkuierde, kon 't oe gebeuren dè ge al unnen bloempot of een bierfles tegen ouw orren kreegt, veurdè ge halfweg de Klomp van Mammie's waart." Natuurlijk werd dit verhaal door de bewoners van 't Eindje niet geaccepteerd. Toen bleek dat Lodewijk van Woensel eigenlijk hun eigen Louis Vrijdag was, dichter, schrijver, musicus, raadslid enz. vond men dit nog veel erger!

Schilder Van Oers op het Eindje had vaak een hele maandag nodig om de glasschade te herstellen en er werd ooit een moord gepleegd.
Ook waren er in de straat “dames” te bezoeken, niet zo uitbundig zichtbaar als tegenwoordig, maar toch. Een levendige straat met een dubieus karakter. Reden te meer voor de “nette” bewoners om aan deze reputatie iets te doen.

Zo werd er op 29 april 1936 de volgende brief aan het gemeentebestuur gericht, luidende:
“Geachte Heeren, Zoudt U misschien zoo vriendelijk willen zijn om de straat “het Eindje” een andere naam te willen geven, daar ik al een heele poos Eindjes bewoner ben en de overlast beu ben, en verzoek U beleeft dit in de eerst volgende raadsvergadering te bespreken. U bij voorbaat voor de te nemen moeite dankend verblijf ik: een Eindjebewoner”. Aldus een anoniem schrijver.
In 1930 had de Heer Zimmerman van Eindje nr.1 al een soortgelijke brief verstuurd, aanvankelijk zonder resultaat, maar bij het gemeentebestuur bleef een en ander niet onopgemerkt.
Op 18 september 1936 wordt behandeld in de vergadering van B. en W.: “Den straatnaam Het Eindje te wijzigen in Lijmbeekstraat”. In de adviesnota van 30 juni 1936 werd gevraagd de naam “Eindstraat” te mogen gebruiken wat geen genade kon vinden bij het gemeentebestuur, maar er was toch enige aarzeling, bang om precedenten te scheppen (er waren wel meer ongunstige straten), bovendien wordt als argument aangevoerd dat de naam van de straat al meer dan 100 jaar oud is, dus van historische waarde.
Op 2 november 1936 is het toch zover: het Eindje wordt Lijmbeekstraat. De kosten die hiermede gepaard gaan voor wat de omnummering betreft, komen geheel voor de gemeente. Zo gebeurde het dat op voornoemde dag het pand Eindje nr. 1, het nummer 141 kreeg. Deze nummering was echter van korte duur.
Na de annexatie in 1920 (Woensel kwam bij Eindhoven) werd er in de gehele Lijmbeekstraat nogal wat nieuwbouw gepleegd, oude krotten verdwenen en lege plekken werden opgevuld. Dit leverde verwarring op met de huisnummers. De gemeenteraad besloot een algehele omnummering van de Lijmbeekstraat. Op 28 januari 1938 werd het voormalige Eindje wederom geconfronteerd met nieuwe huisnummers, nummer 141 werd 375. Hierbij zij nog opgemerkt dat de straatnaam “Het Eindje" in de volksmond is blijven bestaan, tot op de dag van vandaag.

De oorlogsjaren van 1940-1945
In de jaren '40 was het een tamme bedoening op het Eindje vergeleken met de jaren ervoor.
De samenstelling van de bevolking bleef nagenoeg dezelfde, maar als uitgaanscentrum had het afgedaan. Enkele cafés werden gesloten en de panden kregen een andere bestemming; de dames waren al eerder verdwenen. Toch was de reputatie van de straat zelfs bij de Duitse bezetter bekend. Kort na 1940 werd het verboden voor de weermacht de straat te betreden. De ”Grünen” hielden een oogje in het zeil, zij kwamen er wel! Het verbodsbord moest min of meer gedwongen worden beletterd door schilder Van Oers van het Eindje. Hij deed dit met grote tegenzin, maar was vol vreugde toen bleek dat het voor zijn eigen straat was.

In de namiddag van 18 september 1944 heeft hij eigenhandig dit bord verwijderd en in de kachel opgestookt. Dit was echter niet het enige dat de bewoners van de straat van de oorlog merkten: enkele jonge mannen werden afgevoerd naar Duitsland om daar gedwongen te gaan werken. Gelukkig keerden zij in 1945 weer terug.


Rechts: 't Eindje richting Fellenoord. De zijweg rechts is het Dwarseindje.,
Links het huis van schilder Van Oers.

Dit schilderachtige uitkijkje werd vakkundig vastgelegd tussen 1930 en 1951. Vergelijk het eens met de onderstaande foto. Heel in de verte is heel prominent de St. Antoniuskerk aanwezig. Links daarvoor loopt de Harmoniestraat schuin naar het oosten weg en op de voorgrond ziet u het Eindje, met links wederom het huis van Schildersbedrijf van Oers. Er wordt nog gebruik gemaakt van paard en wagen.

 

 

 



Waar nu de trein rijdt moet vroeger zo ongeveer het Eindje gelegen hebben.
In de jaren na de sloop heeft er lange tijd een parkeerplaats gelegen met dezelfde naam, rechts naast de kantoortoren. We namen de bovenstaande foto in 2004 vanuit de parkeergarage aan de Mathildelaan en zien v.l.n.r. het elektriciteits-verdeelstation dat ooit aan de Harmoniestraat lag en tussen de twee kantoortorens in een doorkijkje naar de huidige Boschdijk. Achter de rechter kantoortoren is nog net het gebouw zichtbaar dat gebouwd is op de plaats van de St. Antoniuskerk.

Onder: blik naar het oosten vanuit hetzelfde standpunt.

Onder: een kaart uit 1926.

De grote klap voor het Eindje kwam op 6 december 1942. Pal onder de rook van de Philipsfabrieken gelegen ontkwam het straatje niet aan het oorlogsgeweld. Die dag - het was een zondag - om 12.30 uur in de middag werden de fabrieken door de RAF gebombardeerd; wat ernaast viel trof o.a. het Eindje. De ravage was enorm; 13 doden waren er in de straat te betreuren. In feite betekende dit het begin van het einde van het Eindje.

Het puin werd geruimd, de lege plek is inmiddels ingenomen door het Eindhovense zakenleven en de spoorlijn.


Schildersbedrijf Van Oers
Hier staat de kleine Herman van Oers op een ouderwetse step (autoped) in 1951 voor de gevel van het huis aan de Lijmbeekstraat 381, voorheen Eindje 7.

Achter het huis bevond zich de bedrijfsruimte: een bergplaats voor ladders, glas, verfvoorraden van de fabrieken, maar ook de ouderwetse verfmengmolen, waarmee men nog jarenlang zelf de grondverf samenstelde uit verfpoeder, lijnolie en siccatief (= droogmiddel). De molen is later naar het schildersmuseum in Boxtel verdwenen.



In de zomer was er volop werk voor de schilders. Hier poseren zij tijdens een karwei aan de Jan v.d. Bildtstraat in 1938.
Opa Wilhelmus van Oers was in de 19e eeuw werkzaam als onderhoudsschilder gebouwen en rijtuigen bij de Meijerijsche Stoomtram in de Tramstraat in de stad.
Afkomstig uit St. Michielsgestel, was hij in 1901 in St. Oedenrode gehuwd met Antonia Lathouwers. Nadat hij zich met zijn gezin aan de Fellenoord had gevestigd, begon hij na verloop van tijd zijn eigen schildersbedrijf.




Zijn vrouw die de touwtjes goed in handen had runde daarnaast nog een winkeltje in huishoudelijke artikelen aan de Fellenoord. Het gezin had zich inmiddels uitgebreid tot 11 kinderen.

In 1930 is het bedrijf overgegaan naar zijn zoon Willem, de vader van Willy.
Zij wonen dan al aan het Eindje, waar Willy in 1935 wordt geboren. Als de huizen in 1951 moeten worden gesloopt, kunnen zij een pand met werkplaats betrekken aan de Broekseweg 131.
Door het overlijden van de verhuurder wordt het bedrijf in 1952 opgeheven.

Rechts: in de oorlog was zelfs verf op de bon.




Het gezin Van Oers met alle kinderen in de vijftiger jaren van de vorige eeuw.

 

 

 

 

Met medewerking van: Willy van Oers en Hans van Melis; Bronnen o.a. M. op den Buijs: Stadgenoten, Groot Woensels Memoriaal - 1.