Eindhoven - Paterskerk

 


Links: de Paterskerk anno 2002 gezien vanuit de Tramstraat.

Rechts: een oude foto van de kerk uit 1919 gezien vanuit de toenmalige Kloosterdreef (Ten Hagestraat).

De kerk werd in gebruik genomen op 26 mei 1898. Hij werd gebouwd in opdracht van de paters Augustijnen die zich in 1891 in Eindhoven vestigden.

De architecten waren P.J. Bekkers en J. Hegener uit Amsterdam.


Als je bij de Paterkerk de Kanaalstraat in loopt en bij de Studentenkerk achterom gaat, kijk je uit over dit prachtige dak van het oude Augustinianum.


De bouw van de kerk verliep niet geheel zonder problemen. Vanwege de drassige grond (de kerk zou boven een voormalige gracht worden gebouwd) moesten er extra palen komen voor het fundament; er ontstond een conflict met de gemeente over de grond, dat vervolgens met een grondruil werd opgelost; een valpartij op 27 juli 1897 van een bejaarde werkman; het overlijden van aannemer Booms op 13 september 1897.



Het had heel wat voeten in de aarde voordat het beeld van Jezus eindelijk op de toren kon worden geplaatst.
Begin oktober 1897 werd het al vanuit Roermond aangevoerd. Vanwege de spanbreedte van de armen (5 m) moest er een worden afgeschroefd omdat het anders bij de brug over de Zuid-Willemsvaart in Weert bleef steken.
Vervolgens werd de plaatsing van het beeld steeds uitgesteld. Men was bang voor beschadiging tijdens het ophijsen. Uiteindelijk werd het op 19 maart 1898 geplaatst.

Rechts: controle bliksemafleider (1986)




Op die gedenkwaardige dag ging het dan eindelijk gebeuren. Meer dan 1000 toeschouwers waren aanwezig om het 800 kilo zware beeld, gemaakt van hout en koper door de Roermondse beeldhouwer Jean Geelen en zijn zwager Theo Cox, omhoog te zien gaan.
Op de toren was een schalk gebouwd, een vierkant bouwwerk om het beeld op te hijsen onder leiding van uitvoerder C.C. Schuller. Op de schalk stond de 15-jarige Gijske Janssen klaar om te kijken of het beeld netjes over een bepaalde as zou schuiven. Daartoe moest hij bij het zakken onderin het beeld kijken, en als de as niet klopte moest hij van bovenaf (60 m) naar beneden schreeuwen om te corrigeren
Het duurde meer dan 45 minuten voor "Jezus de Waaghals" eindelijk met man en macht op zijn plekje was gehesen. In die tijd hadden ze nog geen hijskranen, dus alles moest met de hand!.