Roomsch Leven
Weekblad voor Eindhoven en Omgeving

 


Op 1 februari 1919 werd Eindhoven e.o. verblijd met een nieuw weekblad voor het Rooms Katholieke volk.

Het is heel boeiend te lezen wat onze (over) grootouders 83 jaar geleden aan leesvoer kregen voorgeschoteld.

Het blad bestond uit twee delen: een advertentiegedeelte met zeker zo'n 10 pagina's boordevol advertenties en even zovele pagina's met kerkelijk nieuws, waarbij de "opvoedende" artikelen niet ontbreken. De onderstaande stukjes zijn afkomstig uit verschillende nummers. Favoriet zijn de wekelijkse geboren-getrouwd-overleden-stukjes gebleken voor genealogisch onderzoek.

Hooge Aanbeveling
van
Z.D.H. den Bisschop van 's Bosch.

No. 5200.
L.S.

Bij deze verleenen Wij Onze goedkeuring aan het plan van verschillende Kapelaans van Eindhoven en omgeving, om, met goedvinden van de Pastoors, een nieuw "Kerkklokje" voor Eindhoven met omgeving te gaan uitgeven, getiteld "Roomsch Leven te Eindboven met Omgeving," en wel te beginnen met 1 Januari 1919.
Gaarne vormen Wij voor deze onderneming Onze beste wenschen, terwijl Wij tevens de hoop uitspreken, dat door dit Kerkklokje het oprechte Roomsch-Katholieke leven in Eindhoven met omgeving moge verinnigd en het kerkbezoek zelf moge bevorderd worden.

Hoogachtend,
De Bisschop van 's-Bosch.
J. POMPEN, Vic. Gen. 's-Bosch, Januari 1919.

De Geestelijkheid van Eindhoven en Omgeving over "Roomsch Leven".

De Geestelijkheid van Eindhoven met Omgeving hecht hare volle goedkeuring aan de uitgave van het nieuw godsdienstig weekblad, genaamd: "Roomsch Leven te Eindhoven", dat, geredigeerd uitsluitend door Eerw. Heeren Geestelijken, zal bevatten artikelen over de voornaamste uitingen van ons Katholiek Leven, de HH. Diensten van de parochiale en openbare Kerken, de agenda's van vergaderingen van Katholieke Vereenigingen, boeiende en degelijke lectuur enz.
Zij beveelt het nieuwe weekblad, dat niets minder beoogt te zijn dan een kundige en getrouwe gids voor ieder Katholiek huisgezin van Eindhoven met Omgeving U ten zeerste aan en het is haar wensch, dat "Roomsch Leven te Eindhoven" in elk Katholiek gezin een vriendelijk onthaal vinde en daar vermeerdere de kennis, de liefde en de beoefening van onze Heiligen Godsdienst.

A. Damen, Deken.
L. J. Dijkmans, Pastoor.
J. v. Vlokhoven, Pastoor.
A. A. Oomen, Pastoor.
G.A. de Roij, Pastoor.
L.F.A. Bressers, Pastoor.
J. M. Peters, Pastoor.
C. C. v. Oerle, Pastoor
G. v. Heeswijk, Pastoor
A. Bloem, O.E.S.A. Prior.

Kerkelijke diensten

Parochie H. Catharina, Eindhoven
Parochie H. Antonius, Woensel (Fellenoord)
Parochie H. Lambertus, Gestel
Parochie H. Georgius, Stratum
In de Kapel van het Liefdesgesticht
Parochie H. Antonius van Padua en O.L.Vr. Onbevl. Ontv., Strijp
Parochie H. Trudo, Strijp
Parochie H. Martinus, Tongelre
Parochie H. Antonius, Villapark
Parochie H. Petrus, Woensel.

Parochie H. Petrus, Woensel.
Koster: J. Maasakkers, Kloosterdreef.
Colporteurs: v. d. Burgt, Nieuwstr. 24,
F. Lottrinke, Kloosterdreef 50,
H. Reijntjes, 2de Heistraat 6.

Dooptijd: op werkdagen v.m. half 10, n.m. 4 uur; op Zondag: na de Hoogmis en na het Lof.
De H. Missen 7 uur, half 9 en half 11 de Hoogmis.
Nam. half 2 Catech. half 3 Lof 4 u. H. Fam.
Deze week half 8 't Gr. Dert. Maria van Vlokhoven. - Maandag 7 uur mdst. Maria Sanders-Verhoeven, 9 uur uitvaart Franciscus Kuiken. - Dinsdag 7 uur mdst. Elisabeth vd. Kamp Aarts, 9 uur mdst. Jhr. Mr. Theodorus Smits v. Oijen. - Woensd. 7 uur mdst. Johannes vd. Kruis, 9 uur geen mis. - Donderd. 7 uur mdst. Franciscus Seerden, 9 uur mdst. Simon Donkers. - Vrijdag 7 uur mdst. Johannes v. Rooij, 9 uur jgt Petosnella Sanders v. Hapert. - Zaterd. 7 uur-jgt. Hendrikus vd. Donk, 9 uur jgt. Maria van Aalst-Heimans.

Geloofsverdediging

Behalve de Kenteekenen (eenheid, heiligheid, catholiciteit en apostoliciteit) waarover vroeger gesproken is, heeft de H. Kerk nog zekere gaven of eigenschappen, waarvan de onfeilbaarheid de voornaamste is. De Kerk is onfeilbaar wil zeggen: de Kerk kan niet dwalen in geloof en zeden. Door den bijzonderen bijstand van den H. Geest wordt zij gevrijwaard voor alle dwaling in hare leer over hetgeen wij moeten gelooven en doen. Christus heeft die gave van onfeilbaarheid beloofd. In zijne rede na het laatste avondmaal zei Hij aan zijne Apostelen: "Ik zal den Vader vragen en Hij zal u een anderen Trooster geven" den Geest der waarheid. Hij zal bij u blijven en in u zijn. De Trooster, de H. Geest, dien mijn Vader in mijn naam zenden zal Hij zal u alles leeren en alles indachtig maken, wat ik u gezegd heb. Als die Geest der waarheid zal gekomen zijn zal Hij u alle waarheid leeren." En na zijne Verrijzenis voegde Hij er bij: "Gij nu zult doopen met den H. Geest. Gij zult de kracht van den op de nederdalenden H. Geest ontvangen en Gij zult mij getuigen zijn in Jerusalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde der wereld." In deze teksten worden twee dingen beloofd.
1. De H. Geest zal over de Apostelen neerdalen om hen te Vervullen met de volmaakte kennis van den christelijken godsdienst.
2. De H. Geest 'zal met de Apostelen blijven en zal in hen zijn voor eeuwigheid.
Het doel van die tweevoudige hulp is, dat de Apostelen de zuivere leer van Christus zouden prediken. De eerste belofte had meer rechtstreeks betrekking op de Apostelen, de tweede ook op hunne opvolgers. Als de H. Geest met de Apostelen in eeuwigheid zal blijven en in hen zal zijn, opdat zij getuigen zouden zijn van Christus tot het uiteinde der wereld, dan moet de H. Geest ook de opvolgers der Apostelen bewaren voor alle dwaling in de leer. Hoe zouden zij wezenlijk getuigen van Christus kunnen zijn, als ze ook maar in één enkel punt de leer van Christus zouden veranderen en toch allen verplichten die aan te nemen? Christus zelf heeft alle menschen verplicht, om de leer door de Apostelen en hunne opvolgers verkondigd, aan te nemen. "Die geloofd zal hebben zal zalig worden, die niet geloofd zal hebben, zal verloren gaan." Zonder eenige beperking of uitzondering legt Christus die verplichting op en wel onderbedreiging van de eeuwige verwerping. Dat had Hij niet kunnen doen, als Hij niet tegelijkertijd aan zijne Kerk de gave der onfeilbaarheid had geschonken, want dan zou Hij iets onmogelijks gevorderd hebben. Terecht zegt daarom Tertullianus: "Het is eene dwaling te beweren, dat de H. Geest, die door Christus is afgebeden en door den Vader en den Zoon gezonden opdat Hij den leeraar der waarheid zonde zijn, zijne zending zou verwaarloozen en zou toelaten, dat in de Kerk ooit iets anders zou worden begrepen, of anders geleerd, dan wat Hij zelf door de Apostelen predikte."
Een ander bewijs van de gave der onfeilbaarheid vinden we ook in de beloften van Christus, dat zijne Kerk altijd zal blijven bestaan als zij zou afwijken van de ware leer van Christus, dan was zij de ware Kerk van Christus niet meer zij zou noodzakelijk moeten afwijken van de ware leer, als zij zou kunnen dwalen in hetgeen zij aan alle gelovigen te gelooven voorhoudt. Alleen een voortdurende bovennatuurlijke bijstand kan voor dwaling behoeden.

Ouders en Opvoeding.

Dat zijn twee dingen, die bij mekaar hooren, hè? Nu ik wou dat ze 't altijd ook waren! Als de geachte Redactie me wat ruimte in haar echt Roomsch en weldoend weekblad wil afstaan zal ik u laten zien, dat ouders niet steeds zijn wat God van hen eischt - "Opvoeders!" - Jammer maar weer, dat dit juist niet gelezen zal worden door hen, die dit 't hardst noodig hebben.
Kinderen opvoeden is geen kleinigheid en geen kinderwerk! Daar kon ik al een beschouwing aan vast knoopen, om toch niet te jeugdig een huishouden op te zetten - ik acht dit boter aan den galg gesmeerd; want 't trouwen van kinderen is een gevolg van hunne verkeerde opvoeding. Ik richt me dus liever tot de ouders van thans.
Zij moeten 't echter weten, dat Catechismus en school de opvoeding niet voor hun rekening nemen! De eigenlijke opvoeders zijn de ouders! Priester en onderwijzer bieden slechts de hulpende hand, waar de ouders niet kunnen of te kort schieten.
En als ik nu eerst verklap, dat hier een onderwijzer aan 't woord is, zoo begrijpt ge, dat ik de Catechismus verder laat rusten en 't ga hebben over de school.
Och, wat ploeteren en werken we daar vaak om "er wat in te krijgen." En wat 'n gesukkel dikwijls om de lastige schapen op 't goede pad te houden! Dat willen de ouders haast éénstemmig ook graag toegeven. "Ik heb er maar zes, meneer, en .... enz." Maar dan kan ik maar niet snappen, wat diezelfde luidjes er mee voor hebben om ons vierkant tegen te werken !
Laat ons eens vooropstellen, dat het den onderwijzer absoluut onverschillig mag zijn, of zijn leerlingen later geleerd en braaf dan wel dom en slecht zullen worden - als hij maar met toewijding zijn plicht gedaan heeft. Hij arbeidt uitsluitend in 't belang van de ouders en hun kroost.
De ouders bederven dus hun eigen zaak, als ze de kinderen thuis door lachen of spotten onverschillig maken voor terechtwijzingen of belooningen in school; als ze de kinderen aanzetten tot 't overtreden van gebod of verbod; als ze schimpen op den persoon of de handelwijs van den onderwijzer enzoodoende den eerbied afbreuk doen, die voor gezag en orde zoo brood noodig is; als ze de kinderen met leugens naar school sturen: "zeg maar dat ge ziek geweest zijt" en dergelijke ; als ze boos opvliegen en hun verongelijkten lieveling verbieden straf te maken.
0! er zijn duizend en nog wat middeltjes om thuis ongemerkt af te breken, wat in school met zooveel zorg opgebouwd werd.
Als de Redactie 't toestaat kom ik daar later met een paar afzonderlijke schetsen wel eens op terug. Thans moet ik wijzen op een euvel, dat hier in de omgeving groote afmetingen aanneemt: de opleiding tot dieven !
Dat klinkt schril nietwaar? Maar niet scherp genoeg kan ik optreden tegen het stelselmatig aankweeken van verkwisting en oneerlijkheid, zooals we dat hier zien.
Menig ouder klaagde me reeds z'n nood; dat aan de oudere kinderen niets te zeggen is, dat deze hun verdiensten niet afdragen en vaak zelfs een sober kostgeld betalen, waarvoor ze verzorgd wenschen te worden.
Dáár nu sturen de ouders zelf op aan. Wat zoudt ge zelf ervan gezegd hebben op 19 à 20-jarigen leeftijd, uw loon af te moeten dragen als uw schoolgaand broertje voor louter pret daar 10 á 60 centen van kreeg? Uw traktement mocht toch wel wat hooger zijn. En wat zullen deze kinderen, eens grooter geworden, gaan eischen, wanneer ze als schoolknaap reeds zoo'n weelde gewoon gemaakt zijn?
De algemeene ziekte onder de kinderen stremt het onderwijs heel wat en gaf ons den tijd eens te onderzoeken, boe 't hiermee op onze school stond. Aan 180 leerlingen werd gevraagd hoeveel ze 's Zondags kregen en wat daarvan bespaard werd. (Zie 't staatje.)
Van dit statistiekje is 't besparen stellig wat rooskleurig voorgesteld. Maar zelfs als dit eerlijk opgegeven is worden van de 1152 centen die deze jongens wekelijks beuren slechts 591 centen bespaard! En de rest?
De bioscoop kunnen we er voorloopig buiten laten ; daar krijgen de heeren extra voor; dat is niet bij 't gewone traktement inbegrepen. Neen 't verdwenen geld is gedeeltelijk verhuisd naar de snoepwinkels - maar verreweg 't grootste gedeelte wordt verbruikt bij, dobbelen, meetje steken, spanderen, sprutselen, muurke fletsen, handje leggen, steentje tikken, kaarten en wat al meer allemaal teedere naampjes, maar wie jongens kent (en meisjes want die doen dapper mee!) houdt z'n hart vast en roept: waar moet dat heen! Ouders hoe kunt ge dat toch toestaan? hoe kunt ge daar geld voor geven? hoe kunt ge uw kind aldus zelf plaatsen, op den weg die dieven, drinkers moordenaars enz. bewandeld hebben. Ouders, redt toch uw kinderen, neen stoot ze zelf niet 't ongeluk in ! Moeten wij hier binnen onze schoolmuren dan beter weten dan gij zelf wat er bij u in huis en onder uwe kinderen gebeurt ?
Moeten wij u komen vertellen hoe vaak uw kind reeds centen uit den spaarpot nam, centen uit de tafella grispte, centen van boodschappen en schoolgeld achter hield om geleden verlies te dekken? Moet ik u komen zeggen dat ze reeds dingen uit winkels wegpakten en die verkochten om weer te kunnen spelen ?
Och, maar ge weet het! Ge moet toch wel eens nadenken en onderzoeken, waar dat geld bleef, wat er mee gebeurt.
't Is alweer die ellendige zwakheid: ze moeten toch iets hebben. En zoo wennen de kinderen er zelf ook aan dat ze iets moeten hebben en meenen voortdurend dat ze meer moeten hebben en dat ze later moeten plezieren en uitgaan en drinken en verteren, dat is dan in hun oog ook maar "iets" meer! Vitriool en vergif houdt ge hun angstig uit de handen ; wèl geeft ge ze geld om gevaarlijke neigingen in te volgen, hun ziel te verschrompelen en hun heele toekomst te vergiftigen! waartoe hebben ze dat geld noodig ? zijn uwe zorgen, uw voeding en kleeding de onkosten van leeren enz. enz. niet voldoende? En als ge dan wilt, dat ze de spaarzaamheid beoefenen, ziet dan zorgvol toe op wat ge geeft, houdt zelf den spaarpot achter slot of controleer de spaarboekjes. Maar ter wille van uw kind en z'n tijdelijk en eeuwig heil smeek ik u hun toch te beletten met centen te spelen, ben zorgvuldig te behoeden voor verkwisting, gierigheid, oneerlijkheid, snoepen en alle kwaad, dat eruit voortvloeit!
A. v. R.

Weekpraatje

We hebben in den tegenwoordigen tijd niet meer voor verrassingen te staan, zegt Pukkie, en bij komt bij mij aangedragen met het nieuwtje, dat er in Woensel een socialistisch dorp zal verrijzen. Zeer tot zijne verwondering ben ik daarover niet in 't minst ontsteld, maar bij evenmin als ik kunnen er toch eene verklaring van geven hoe Woensel, dat volgens etymologische verklaring Wodan-cel beteekent zijn heidensch verleden schijnt te willen handhaven ....
Woensel nu zal, naar verluidt, een socialistisch dorp krijgen. Het is wel een verblijdend verschijnsel, dat de socialisten ook hierin aan separatisme beginnen te doen. Dit separatisme oftewel afscheiding herinnert ons aan sommige epidemieën en waarbij de lijders ook van de gemeenschap worden afgescheiden. Nu ja, lach nou niet, 't is voor die menschen erg genoeg.

Het is wel een verblijdend verschijnsel zeg ik en mij dunkt met recht, want straks zullen wij ook onze menschen kennen. Niet alleen zullen wij weten, dat de onderteekenaars van het koopcontract der gronden zijn de heeren : Brandsma te Woensel, Hurkmans te woensel, Kramer te Woensel, Kronenburg uit Tongelre en van Hattum uit Strijp, maar wij zullen ook er van op de hoogte zijn, wie deze socialistische woningen betrekken.

Dat zijn natuurlijk proletariërs, arbeiders, verschoppelingen der maatschappij. Wellicht katholieken, die ons zullen toonen, dat socialisme en katholicisme goed kunnen samen gaan (of er ook in 't dorp eene kerk zal gebouwd worden, daartoe is men nog niet vast besloten!!!) 't zijn, zooals van zelf spreekt up-to-date menschen, volmaakt, zooals in den socialistischen toekomststaat maar worden verwacht. "Geen wanklank hoort men hier".

Maar met dit al heeft dit feit eene ernstige zijde.
Grijp nooit in een wespennest, zegt een Duitsch spreekwoord, maar als ge 't doet, doe het dan flink. Dit geldt ook hier. Iets wat tien, ja twintig jaren geleden had moeten gebeuren kan nog. Patroons, werkgevers, slaat uwe handen inéén, weest in dit opzicht eensgezind en stuurt al uwe socialistische arbeiders uit uwe fabriek, uit uwe werkplaats. Ik weet, dat velen uwer het goed meenen met hun werkvolk, maar zoolang er socialisten onder zijn zal de ontevredenheid, de wrok en de haat steeds grooter worden. Stuur ze er uit en laat u niet verteederen door medelijden om hun huisgezin. Het algemeen belang gaat vóór het bijzondere.

Het is meer dan hoog tijd. De ontevredenheid neemt met den dag toe. En als nu deze ontevredenheid maar reden van bestaan had! Kort geleden komt eene vrouw bij mij, wier man in ééne week 120 gulden had verdiend. Een huisgezin : man en vrouw en één kind. 50 gulden krijgt de vrouw, 70 gulden verdrinkt de man. Hij is socialist, houdt sinds 7 jaar zijn Paschen niet, leest "de Strijd", het kind mag niet naar eene katholieke school. En ook deze man schreeuwt om lotsverbetering, staak met de stakers, vloekt met de vloekers op 't kapitalisme, brult om revolutie! En die vrouv zegt me: Ze moesten hem de overschietende uren van den acht-uren-werkdag met de karwats op zijn d........ geven. Dat is een goede bewoner voor het "socialistisch dorp".
En zoo zijn er velen.

Nu weet ik zeer goed, dat het er voor menigen arbeider lang niet rooskleurig uit ziet. Dat hij lid worde van onze R. K. Organisatie, hij moet, hij zal geholpen worden. En in dit opzicht schroomen wil ook niet den patroons op hunnen plicht te wijzen, dat zij zorgen, dat hunne arbeiders een menschwaardig bestaan kunnen leiden.
Een menschwaardig bestaan, dat is absoluut noodzakelijk, en om dit te verkrijgen zal door ons Roomschen op de allereerste plaats gestreden worden. De plicht der Christelijke naastenliefde gebiedt ons dit. Maar een menschwaardig bestaan leidt waarachtig niet hij, die schromelijk veel geld verdient, het grootste gedeelte van dat geld verbrast, zich zelf vergooit, zijn huisgezin veronachtzaamt en zijn God en godsdienst verzaakt. Die lijdt het leven van den verdwaasden wereldling. En zoo beschouwd zou men voor het "socialistisch dorp", bevolkt met zulke bewoners, nog zulk een verkeerde plaats niet hebben uitgekozen, wanneer het komt te liggen in den schaduw van het groote Rijksgesticht.

Zoo'n Kapelaan!!

.... Ja, juffrouw Vermijs was boos, erg boos. Meneer Kapelaan was zoo juist bij'r geweest en had haar strenge woorden toegevoegd. Waar moeide-n-ie zich mee! Had ze nog geen ellende genoeg?
'n Zuiper van 'n vent en zes ondeugende kinders! Geen zeggen aan! Dat had je nou van die Priesters! Zielzorg... ha ha! De duivel injagen, dat konnen ze. En dan nog partij trekken voor dre vent! Zeker omdat ie meer dan de helft van z'n weekgeld verzoop! Eigen schuld .... ?! Zindelijk zijn ... ? ! Niet zoo kijven en schelden? Hij moest zelf maar 'ns voor zoo'n troep moeten zorgen. Kan dan alles in de puntjes zijn? Nou ja die man had vroeger goed opgepast; hij was in z'n trouw pas aan 't drinken gegaan. Maar was dat dan háár schuld? Frans had geen aard thuis! Mooie boel! Dat ie dan geld thuis bracht om ook tapijten en mooie spullen te koopen! Niet noodig had de kapelaan gezegd; hou maar mooi proper wat ge hebt; verstel de kleeren van de kinderen in den tijd dat ge anders met de buurvrouw praat; hou toezicht op 'r spelen en op 't leeren van de Catechismus in plaats van te gaan rondloopen; ben er lief tegen dan zijn ze ook lief tegen u en dan wordt 't gezellig en dan heeft je man ook beter den aard thuis en meer van die klets ! Waar haalde -n-ie dat alles vandaan ? Zeker weer bij de moeder van Frans geweest. Ja die zou ze wel zwart gemaakt hebben! Zoo'n canalie met die fijne mond ! Dat moest maar 'ns uit zijn ze zou ze 'ns eventjes ....

En zonder veel toilet te maken stapt ze giftig de deur uit om dat mensch d'r ooren eens te gaan wasschen. Ze zal maar achter binnengaan. Niemand in de keuken. Zeker volk? Ja, vóór hoort ze stemmen. Wat....? Daar heb je 't al, de Kapelaan ! Zeker weer ..... Maar hoort ze 't goed ? Is Frans daar ook ? De Kapelaan kijft .... en niet zoo kinderachtig!
"Dat is flauw, dat is laf ! Zoo spreekt geen man! Ge zijt getrouwd en hebt uw woord gegeven dat ge voor vrouw en kinderen zoudt zorgen. Dat woord hebt Ge aan God verpand. En gooit ge nu de schuld op 'n ander, dat ge dien plicht verzuimt? dat ge steelt van uw gezin om drank te kunnen koopen. Neen spreek me niet tegen, ge weet dat dat geld gestolen is, dat het vrouw en kinderen toekomt. Als de vrouw 't huishouden dan verwaarloost zooals ge zegt, zorg jij er dan dubbel voor Spreek verstandig met uw vrouw en help haar en wijs haar! En de kinderen? Als de vrouw daar dan niet voor zorgt - wat ik niet geloof - zorg jij dan dubbel! Of zijt gij niet duur verplicht van die kinderen brave en eerlijke menschen te maken? Wilt ge u met die praatjes afmaken van uw verantwoordelijkheid ? Ja praatjes, zeker praatjes! En dat wèèt ge! Vrij willig hebt ge den plicht op u genomen voor ze te zorgen. Wat zult ge zeggen als uw kind later een drinker een dagdief wordt? Als ze d'r weekgeld achterhouden? Als ze u oud er versleten de deur uitsmijten? Daartoe geef ge ze nu zelf 't voorbeeld ! Ge zult 't recht niet hebben ze iets te verbieden ...........
Die Kapelaan was toch zoo kwaad nog niet.

Ze zou maar stil weer naar huis gaan. Hij meende 't toch goed met 'r. Als Frans nu maar naar 'm wou luisteren. Maar dan moest ze zelf ook z'n raad opvolgen. Wou ze 't huis eens uitschrobben. Niks zeggen en de boel 'ns netjes opknappen. En dan 'n smakelijk potje koken. Ja 't was toch ook wel erg! In geen maand hadden ze gekookt eten gehad. Kijk daar had je juist Heintje. De school al uit? Goed geleerd vandaag jongen? In welke klas zit je nou al. Den verwonderden blik van 'r oudsten jongen ziet ze maar niet. Gewoon lief tegen 'm doen. 't Was toch ook wel 'n vlug ventje. Vroeger had ze zelf ook goed kunnen leeren. Zoo? heb je 'n mooi verhaaltje gelezen ? Vertel 't eens. En dan moet jij terwijl gauw wat turf kappen, en dan gaan we vanmiddag eens lekker eten. Lieske kijk jij nu 'ns even naar Truike en speel wat met 'r. Vanavond zal moeke weer vertellen, net als ... "Vroeger" wilde ze zeggen, maar dat was 'r toch te machtig. Wat was alles toen mooi ! 0, ja zoo moest 't weer worden. Ja, ja ze zou bidden, meneer Kapelaan, weer bidden en ijverig en moedig en vroolijk zijn. God, maak 't weer zooals 't vroeger was!

"Vrouw, er is wat met je gebeurd!" Die uitroep klonk een week later. "Ja Frans, ik wil weer gelukkig zijn en jou ook weer gelukkig zien Fanny! Och Fanny zoo noemde ik je vroeger ook. Toe help me nou! Niet zoo verwonderd kijken, gewoon doen."Betty. .."
Nee nee laat rusten wat voorbij is! Kijk daar, zes kinderen, daar moeten we zes menschen van maken - en ze worden zooals wij ze maken. En ze kunnen toch zoo lief zijn, als ge maar vriendelijk tegen ze doet."
"Ik zal je helpen Moeder!" "Dank je Vader, dan komt 't wel weer goed! Lezer, die zes kleinen zijn zes menschen geworden nu. En twee zieltjes meer zijn er ook opgekweekt. Drie van die acht lezen dit misschien. En vader en moeder rusten in gelukkigen ouderdom van 't moeizame maar zoo heerlijke werk en genieten mee van de voorspoed hunner brave kinderen; en zien met blijden trots neer op hun zegenrijk werk; en wachten met gerust hart het uur af waarop ze God rekenschap zullen geven van de acht hun toevertrouwde zielen!