Tongelre - Melkweg

 


Reeds in de 19e eeuw bestond Tongelre uit diverse gehuchten. Eén ervan was Klein-Tongelre, gelegen rondom de kruising Tongelresestraat met de huidige rondweg (destijds Groenstraat). Hier kwamen diverse belangrijke wegen bij elkaar. De latere Poeijersstraat sloot als Heerbaan aan op het gelijknamige deel van de latere Tongelresestraat en werd in de Napoleontische tijd aangelegd als Heerweg ten behoeve van het leger. Het tolhuis "De Oude Barrier" bevond zich nog tot 1904 op de kruising met de Geldropseweg.
Om geen gebruik te hoeven maken van deze tolweg kreeg het volk toestemming de kortste weg naar de kerk te nemen over private wegen, het zgn. kerkepad. In dit geval ging het om een zandpaadje door de weilanden, in het geheel niet bebouwd, dat begon bij de Groenstraat en ter hoogte van de huidige Accumulatorstraat uitkwam op de Tongelresestraat. Zo liep men verder in de richting van de St. Martinuskerk aan het Hofke. De naam Lange Pad komen we diverse malen tegen, evenals Binnenpad en nog later de Melkweg. Omstreeks 1913 wordt het kerkepad onderbroken door de spoorlijn naar Weert en ontstaat de rechtse knik naar de spoorwegovergang. De eerste bebouwing is dan reeds ontstaan. Nog steeds is deze straat een voorbeeld van kleinschalige particuliere bebouwing, waardoor een afwisselend en gezellig beeld ontstaat. Pas na de tweede wereldoorlog werden aan het laatste stuk van de Melkweg noodwoningen gebouwd, waarna dit gedeelte werd omgedoopt tot Kalverstraat. Ook de Koestraat werd toen aangelegd.


In 1918 woont de familie Van der Heijden in dit huis aan de Melkweg 11.

Keuterboertje Van der Heijden zette in zijn vrije tijd in op te koop staande huizen.Wanneer echter met het afmijnen het geboden bedrag niet gehaald werd "had hij het aan zijn broek" ofwel hij bleef ermee zitten. Waarschijnlijk gebeurde dat nogal eens zodat de zoons ook allen een eigen huis konden betrekken.

 



Willie van Hout zond ons bovenstaande fraaie foto van de grootouders van zijn vrouw en hun kinderen::
v.l.n.r. Karel van der Heijden, hij trouwde met de dochter van Iding uit Veldhoven en nam de bakkerij over.
Dan Wim van der Heijden, schrijnwerker van beroep, woonde later in de Achterstraat (Jan Tooropstraat).
Zoon Gijs werd huisknecht (butler) bij Baekers & Raaymakers in de Parklaan.
Vierde van links is zoon Harrie, schoonvader van Willie van Hout. Hij werd na een arbeidszaam leven bij sigarenfabriek Karel I nog postbode. De dame met de witte blouse en grote strik is tante Zuster. Elk gezin werd geacht een zoon of dochter te af te staan aan de Kerk. Als Zuster van Schijndel bracht zij meer dan 60 jaar in het klooster door, als laatste aan de Tongelresestraat nabij de St. Martinuskerk. Zij heeft de tijd nog meegemaakt dat ze niet mochten praten en zelfs niet thuis mocht komen, ook niet toen haar ouders begraven werden! Rechts daarvan Mien, Marie en Jaan. De kleine Toon van der Heijden werd later voorzitter van de Textielbond en was tot aan zijn dood wethouder in Enschede. De allerjongste, Jan klom op tot baas van de Deli tabaksfabriek.


We vinden hun huis terug op nummer 17 ter hoogte van de "knik" naar de Kalverstraat als het middelste van een blok van drie fraai gedecoreerde woningen. O.a. deze decoraties en de hoogte van de gevel getuigen van een zekere welstand van de bouwer.




Zoals in die tijd gebruikelijk was bevond zich op bijna elke hoek van de straat een café. Zo ook aan de Melkweg 2. Iets links tegenover de splitsing met de Karnemelkweg bevond zich omstreeks 1934 het drukbeklante café-koffiehuis "De Nachtegaal" (P. Hoens) met zaalaccomodatie voor de vele verenigingen van Klein-Tongelre. Later werd het als café "De Heidebloem" uitgebaat door Helmus Jacobs. Nu is het in gebruik als woonhuis op Melkweg 14-16.



Links naast dit cafeetje bouwden de Gebr. van Vegchel in 1929 aan de Melkweg 3a een blok van drie woningen (24-22-20) en een werkplaats (18) achter de blauwe deuren rechts.
Ze produceerden er de zgn. Kroeskop-sigaren. In het middelste huis had broer Jos van Vegchel een snoep- en sigarenwinkeltje.


J. Verheyden liet in 1921 deze juweeltjes van huizen bouwen. In 1925 volgden er nog twee aan de linkerzijde.

Tegenwoordig zijn dit nr. 61-63-65-67.




In de jaren ´20 en ´30 van de vorige eeuw vonden er nog meer bouwactiviteiten plaats. Het rijtje van 6 huizen aan de rechterkant werd in 1927 gebouwd door J. Baten. In één ervan, op nr. 73 werd Jan Peijnenburg geboren, priester, doctor in de theologie, schrijver en archivaris van het bisdom. Bewoners van de huizen links waren de families Joffer, De Kaan, Van Moorsel en Driedonks.

We kijken hier in de richting van de Kalverstraat.



December 2004: hier is echt niets veranderd, of het zou de breedte van de straat moeten zijn en de hoeveelheid auto´s die er staan.





Lang voor de bebouwing aan de Melkweg ontstond lagen er nabij de splitsing van de Melkweg aan de Groenstraat (Insulindelaan) enkele fraaie boerderijen. Een ervan was de boerderij van Piet Sanders ofwel Piet de Keizer. Deze werd in 1951 werd gesloopt.

Op de foto´s hierboven en rechts ziet u de oude en nieuwe situatie weergegeven. Rechts de oude schuur die bij de boerderij hoorde met op de achtergrond de meest recente huizen die aan de Melkweg en Koestraat werden gebouwd.




Schrijver Tonny van den Boomen vertelt in zijn boek Tongelre, Oh Tongelre het enigszins tragische levensverhaal van Piet die helemaal geen keizer was. Door zijn huwelijk was hij de rijkste boer van Tongelre en erg betrokken met mensen in nood. Dat uitte zich in een iets te grote vrijgevigheid in combinatie met zijn liefde voor sterke drank. Zijn kinderen lieten hem opnemen in een tehuis in Apeldoorn, waarna hij nooit meer de oude werd...

Rechts en onder: de boerderij van Piet Sanders voor- en achterzijde.





Bron: 2004 - Tonny van den Boomen, Willie van Hout, Regionaal Historisch Centrum Eindhoven.



Naar Amicitia