Tongelre - Wolven in Tongelre

of hoe de Wolvendijk aan haar naam komt...

 

Dit artikel verscheen in 2002 in 3 delen in wijkblad Rond 't Hofke en hoewel er een klein uitstapje naar Nuenen wordt gemaakt is het ook voor Eindhoven Toen en Nu een leuk stukje geschiedenis.

Als bij ons thuis de naam Wolvendijk valt spitsen de kinderen direct de oren. Mama, daar woonden toch vroeger wolven, hè?
Vanaf de dag dat ze deze vraag konden stellen liet ik het maar bij deze verklaring. Nu ze wat ouder zijn en van de meest enge griezelverhalen hun ogen van opwinding beginnen te schitteren, leek het me leuk om eens uit te zoeken hoe het nu werkelijk zit.

Een stukje geschiedenis
De Wolvendijk loopt vanaf het Hofke naar de Opwettense Watermolen in Nuenen, en gaat dan verder als Opwettenseweg. Eeuwenlang was deze weg een karrespoor wat de naam weg eigenlijk niet verdiende.


Deze weg was vaak zó slecht, dat vrachtkarren met het dubbele aantal paarden ervoor door de modder moesten worden getrokken. In 1871 is de weg verhard en rechtgetrokken als onderdeel van de aanleg van een goede verbinding tussen Stratum en Lieshout. De aanleg van deze weg had heel wat voeten in de aarde. De bewoners van Tongelre zaten er helemaal niet op te wachten om deze weg via Opwetten te laten lopen, liever hadden zij een goede verbinding gehad met het station op het Eeneind.

Rechts ziet u de handtekeningen van de vele Tongelrese bewoners die hiervoor in 1867 zelfs een petitie hadden ondertekend.

De molenaar van Opwetten zag het echter wel zitten. Jarenlang had zijn familie geprobeerd het verkeer van Tongelre naar Nuenen tegen te houden. De oude weg liep namelijk over het molenterrein, en men maakte gebruik van de brug over de sluis. Het was erg lastig om hier met een paard de Dommel over te steken. Het stromende water zorgde ervoor dat veel paarden bang waren en in 1811 is hierdoor zelfs een paard met wagen uit Stratum in de sluis gevallen. Het paard verdronk en de twee mensen werden gered. Door al het verkeer had de brug veel

onderhoud nodig en volgens een eeuwen-oude afspraak moest de molenaar hiervoor zorgen. Daarom bood de molenaar zelfs zijn grond aan de gemeente aan, als de nieuwe weg over Opwetten zou komen lopen. In dat geval was hij namelijk van de overlast en het onderhoud af. Gelukkig voor hem is het inderdaad zo gegaan:
Men koos ervoor om de oude weg over het molenterrein te laten vervallen (gele weg op kaartje rechts) en de nieuwe weg (rood) vóór de molen door te laten lopen. Daarvoor werd gebruik gemaakt van een bestaand zandpad en er kwam

een nieuwe brug. Op de kadasterkaart van 1832 is nog te zien hoe de oorspronkelijke weg liep, en als je er nu gaat kijken, zie je dat dit stukje weg tot aan de sluis er nog ligt. Je gaat dan direct na Budget Badkamers (Wolvendijk 23) rechtsaf het zandpad in, op het einde linksaf tussen de bomen door en komt dan vanzelf bij de sluis. Tegenwoordig ligt er echter geen brug meer, er staat zelfs een groot hek.

En nu de wolven…
Zwierven er destijds inderdaad wolven rond in deze streek en zo ja, wat hadden die met de Wolvendijk te maken?
Dat er hier wolven voorkwamen werd bevestigd door Ingrid Henderson, die voor haar opleiding aan het Van Hall Instituut in Leeuwarden een haalbaarheidsstudie maakte over het terugplaatsen van de wolf in de vrije Europese natuur. Volgens haar kwam de wolf destijds voor in heel Nederland. Wolven kunnen zich overal aanpassen, zolang er genoeg te eten is. In Italië leven zij nu zelfs nog op vuilnisbelten. In Nederland is de laatste wolf in 1845 in Limburg geschoten. Er zijn wel latere meldingen, maar dit ging meestal om één wolf en niet een hele roedel, dus dat zijn waarschijnlijk geen volbloedwolven geweest. De wolf is namelijk een zeer schuw dier en mijdt vooral mensen vanwege de slechte ervaringen door de eeuwen heen. Zij worden dus zelden door mensen gezien. Vaak zijn wolven die in hun eentje rondzwerven, geen wolven maar hybrides (kruising van hond-wolf); deze zijn minder schuw vanwege de hondgenen, maar qua karakter nog gewoon een wolf. Verhalen over wolven die mensen verwond of gedood hebben, gaan voornamelijk over die hybrides.
Adriaan van Willigen van het Eeneind te Nuenen wist te vertellen dat er een legende aan de naam Wolvendijk verbonden was. Adriaan heeft altijd een landbouwbedrijf gehad aan de vroegere Eeneindseweg en er is bijna niets wat hij niet weet over zijn omgeving en wat zich daar heeft afgespeeld.
Van Frans Baselmans van de Collseweg kreeg ik vervolgens een boekje over de geschiedenis van het Eeneind waarin de legende door Janus Jansen uitgebreid is opgetekend.

Het verhaal speelt zich af in 1697 aan de huidige Opwettenseweg , nog voorbij de kruising met de Vorsterdijk/Wettenseind, waar links van de weg richting Nuenen een oude middeleeuwse kapel heeft gestaan, gewijd aan de heilige Antonius. In 1524 wordt deze al genoemd.

Je kunt de plaats nog herkennen, het is nu een iets hoger gelegen parkeerplaatsje, tussen nummer 102 en 104 direct na het rijtje huizen (foto rechts).

 



De oude kapel is in 1917 afgebroken nadat zij al jaren voor andere doeleinden werd gebruikt: in 1874 werd zij ingericht tot bewaarplaats van verdachte personen en vanaf 1885 was het een opberghok voor de brandspuit en toebehoren.

De kapel raakte helemaal verwaarloosd. Burgemeester van Kemenade heeft samen met Adolph Mulder, rijksarchitect voor monumentenzorg, in 1912 pogingen ondernomen te komen tot een restauratieplan. Dit is niet gelukt.



In 1791 maakte Hendrik Verhees deze tekening van het kapelletje.
Vincent van Gogh kende de oude kapel ook, en heeft er diverse malen over geschreven. Daarom is het heel vreemd dat er geen enkele tekening van zijn hand is gevonden. Misschien nog bij iemand op zolder?
Er bestaat ook een foto van, met een zigeunerwagen ernaast (foto boven).
Deze foto is ook te zien in de nieuwe Antonius-kapel die in 1987 op het Eeneind werd gebouwd.

Omdat ik graag wilde weten wanneer er voor het eerst iets over de wolvenlegende in de geschiedenisboekjes is vermeld, toog ik op een druilerige zondagmiddag naar Nederweert, waar Hans en Hanneke Verheggen een uitgebreid archief over Nuenen hebben aangelegd.
Zij zijn de onderzoekers die destijds het materiaal voor het Eeneindse boekje hebben aangeleverd.
Er kwam van alles boven water: oude foto's van de kapel, van de oude molenaar van de Opwettense Watermolen, oude kadasterkaarten en van iets recentere datum: de tekst van het lied "De Wolvenkapel" door Huub van Eynthoven in onvervalst plat Brabants. Dat wil ik jullie zeker niet onthouden:


De Wolvenkapel

In Opwette, da is midde in 't Brabantse land,
daor ston 'n klein kepèlleke neve de kant,
Mi de bedoeling da de reiziger d'r bidde zou,
mar d'r zaat ok wel's iemes die alleen mar ruste wou.

En daorneffe zaagde, as ge d'r langs kwaamt gekuîrd
in de wei soms 'n schaop, keurig netjes angetuîrd,
En as ge iemes waart die daor hil veul gingt kuîre,
zaagde af en toe d'n boer 't schaop vertuîre.

't Waar 'n schon gezicht, da schaop daor in de wei
end'r kwame overdag ok hil wa reizigers vurbei.
Mar 's-Aoves kwame soms de wolve uit 't bos
en as die oe daor viete, nou, dan waarde wel de klos.

En jawel, daor op 'nen aovend kwaam 'ne wolf en zaag 't schaop.
Hij daocht: "Nou hek 't hendig, want die vat ik in z'ne slaop."
Mar 't schaop hat'm gezien en wa waar 't geval?
Hij verschoot zo dat'iër uitneijde, mi touw en tuîr en al.

De deur van de kepèl ston ope, dus hij daocht:
"Ik spring naor binnen", in den hoop da de wolf 'm daor nie ving.
Hij trok wa stuultjes um mi z'nen tuîr an z'n touw
en hij bleef mar hope da de wolf 'm daor nie vange zou.

Mar de wolf die ha de lucht en hij vlóóg eraachteran
En ons èrrem schaop da waar er wis en zeker angegaon.
Mar hij vluchtte wir naor buite en zo redde'nie z'n vel,
want z'n touw en tuîr bleef haoke, an de deur van de kèpel.

De wolf zaat dus gevange in 't kerkske van Opwette
En de boere makte 's-mèrreges mi d'r rieke korte mette.
En 't kepèlleke veranderde van naom, da snapte wel,
Da hiete vort: De Opwettense wolvekepèl.

Voor diegenen die moeite hebben met het Brabants volgt hier de versie van Janus Jansen:

Op een mooie zonnige dag in het jaar 1697 stond er in de buurt van de kapel een schaap rustig en schaapachtig te grazen. Omdat zijn baas, of was het zijn bazin, het risico niet wilde lopen dat men 's avonds het schaap moest gaan zoeken, was het dier aan een paaltje vastgebonden. Omdat er in die tijd nog wel wolven in onze streek voorkwamen, was het niet zo vreemd dat ons schaap opeens een vreemd gevoel kreeg alsof zijn of haar wolletje bedreigd werd. Scherp rondkijkend ontdekte het beest uit welke hoek het gevaar dreigde. Uit lijfsbehoud begon het arme dier aan zijn touw te trekken. De wolf kwam steeds naderbij geslopen en het angstige schaap probeerde onder luid geblaat los te komen. Juist toen de wolf zijn beslissende aanval zou inzetten, schoot het paaltje uit de grond. Zo snel als zijn dunne pootjes maar konden, rende het schaap weg. Nu was de dichtstbijzijnde schuilgelegenheid de kapel. Waarschijnlijk heeft het beest gedacht: bij St. Anthonius de dierenvriend, daar ben ik veilig. Het touw en het paaltje achter zich aan slepend rende het de openstaande kapel in. Eenmaal binnen nam het een korte draai en ging met een razendsnelle ren de kapel rond. Ook de wolf was dezelfde weg gegaan in de achtervolging. Angstig keek het schaap om, maar het gevaar bleef als een schaduw volgen. Of het arme dier nog vlug even een schietgebedje tot St. Anthonius óf tot het varken heeft gericht, dat vermelden de geschiedenisboeken niet. Maar dat de goede heilige varkenshoeder met het schaap begaan was, dat is zeker.
Want het was als op voorspraak dat, toen het schaap de kapel uitrende, het stuk hout dat aan het touw vastzat achter de deur bleef haken. Met een geweldige klap sloeg de kapeldeur dicht en het schaap liep bijna een gebroken nek op toen het zo onverwachts afgeremd werd. Nog steeds niet zo zeker van het toch al zo korte leven hier op aarde, bleef het wolfabriekje staan blaten tot er hulp kwam opdagen. Eerst dachten de mensen dat het schaap alleen was, maar toen men de wolf hoorde werd men voorzichtiger.
Sommigen vertellen dat boeren de wolf hebben doodgeslagen, maar wij mogen gerust aannemen dat een tot nu toe onbekend lid van het St. Anthoniusgilde de wolf heeft doodgeschoten.
Want in het jaar 1697-1698 vermeldt burgemeester Pauwels Jansse Jacobs van Boort ende Wetten de volgende rekening:

"Item, betaelt voor een geschooten wolff; 0 gulden, 16 stuiver ende 8 oort."

Tot zover het citaat uit "Eeneind", door Janus Jansen, januari 1983.


In het Memoriale Parochiae noteerde W.P. van Lent, die van 1840 tot 1879 pastoor in Nuenen was, de legende van het schaap. Deze werd aan hem verteld door de apolostische vicaris H. de Dubbelden en staat tevens medegedeeld in SCHUTJES V 214, noot 2 1876).
Wolven waren hier vroeger niet zeldzaam; om ze af te schrikken (zij deden schade aan de paarden) hing men te Nederwetten "in het gebroekt" 's nachts een brandende lantaarn aan een paal. (bron: Memoriaal der dorpen en parochies Gerwen, Nuenen en Nederwetten, door pastoor A.M. Frenken, 1948)

Tevens vermeld het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden van A.J. van der Aa uit 1846 blz. 598 "…van deze kapel wordt als iets wonders verhaald, dat daarin een schaap eenen wolf zoude gevangen hebben. Het schaap namelijk stond bij deze kapel aan eenen stok vastgebonden. De wolf kwam er naar toe, om het te verslinden. De vrees gaf aan het schaap krachten; het rukte den stok uit den grond, vlugtte in de kapel, die toevallig open stond; de wolf volgende het schaap, dat zich omkeert, de deur weder uitloopt en den stok - waaraan het vastgebonden zat, achter zich na sleepte - tegen de deur stuit en deze daardoor digt trekt, zoodat de wolf gevangen zat en vervolgens gedood werd."

Dus, bevestiging genoeg dat er wolven voorkwamen in onze omgeving, zou ik zo zeggen.
En welbeschouwd hadden we de titel van dit stukje ook: Wolven in Opwetten kunnen noemen.


Het uitgebreide verhaal over de Wolvenkapel zou niet compleet zijn als er geen vermelding werd gedaan van de nieuwe Antoniuskapel.

Dit kleine kapelletje, in 1987 gebouwd op initiatief van het St. Antoniusgilde, staat op het Eeneind vlak langs de spoorlijn, waar vroeger het station was
Het gebouwtje is ontworpen door wijlen de bekende Tongelrese architect H. Thomassen van Huis te Coll.



Ludiek feit is dat er speciaal vóór het bouwen een kruiwagen met zand van de Wolvendijk werd gehaald zodat deze nieuwe kapel in dezelfde grond zou worden gebouwd. Tevens heeft men hierin het originele smeedijzeren kruis van de oude kapel opgehangen, en staat er op het dak van de nieuwe kapel een exacte kopie, gemaakt door kunstsmid Huub Bemelmans. Ook het prachtige hek heeft hij gemaakt. Het is beslist de moeite waard om daar eens een kijkje te gaan nemen. Al is het dan net geen Tongelre meer, het is toch wel onlosmakelijk met diens historie verbonden.
Jammer dat er geen wandelpad meer vanaf de Loostraat of Molendijk binnendoor naar het Eeneind gaat.
In de tijd dat er op het Eeneind nog een station stond maakte men veelvuldig gebruik van het pad dat langs het spoor liep. Dit is nu echter niet meer toegestaan.
Je moet nu altijd via een gevaarlijk stukje Collseweg met al dat sluipverkeer. Misschien is een vroege zondagochtend in het voorjaar een goed moment voor deze route, die vanwege het fraaie Huis te Coll en de Watermolen alleen al de moeite waard is.


Dit artikel is met toestemming van de auteur bewerkt voor Eindhoven Toen en Nu en kwam tot stand met medewerking van: F. Baselmans, I. Henderson, J. Jansen, Hans en Hanneke Verheggen, A. v. Willigen, M. v. Willigen.

Y.J. Henderson, Eindhoven.