Woensel - De Antonius-Fellenoord deel 1

 


Tot eind 1973 bevond zich op de hoek van de Boschdijk met de Fellenoord een prachtige kerk. Het was één van de drie St. Antonius van Padua-kerken die Eindhoven tot dan toe telde en werd ook als eerste gebouwd in 1909.

De 125.000 gulden benodigd voor de bouw waren afkomstig van J.P. Grewen, een rijke Rotterdamse effectenhandelaar. Hij liet het bisdom 's-Hertogenbosch na zijn dood een legaat na dat de basis vormde voor een kerkbouwstichting die uitsluitend kerken mocht bouwen die aan Antonius van Padua werden gewijd.



Op 23 mei 1918 volgden nog de Antoniuskerk in het Villapark en op 28 februari 1919 de Steentjeskerk in Strijp, naast kerken in o.a. Keldonk, Nijmegen en Tilburg. Kijk voor meer informatie op www.woensel.tk.

In die tijd was het gebruikelijk dat voor de bouw van een nieuwe kerk een bouwpastoor werd aangesteld. Meestal waren dit welgestelde mensen die bereid waren een deel van hun eigen vermogen in de bouw te steken. Voor deze kerk werd dit Johannes Mathijs Peters uit Den Bosch waar in Woensel een straat naar is vernoemd. Deze pastoor was niet bepaald geliefd. Omgang met socialisten ofwel de "rooien" was doodzonde en lid worden van de N.V.V. idem. Om die reden mocht je ook geen brood kopen bij "Helpt Elkander", Coöp. Broodbakkerij en Verbruiksvereeniging aan het Eindje.

In 1932 werd hij opgevolgd door Pastoor Van Wijck die wel zeer geliefd was.

In 1850, zo'n 300 jaar na de beeldenstorm, vond de molenaarsknecht van de Schimmeltse watermolen tussen de takken in de Dommel bij de Brugstraat een wonderbaarlijk eikenhouten Mariabeeld. Na restauratie vond het een plekje in een speciale Mariakapel linksachter in de kerk (zie foto rechtsboven) waar het bijzonder werd vereerd. Deze kapel werd gebouwd bij het zilveren priesterfeest van pastoor Van Wijck op 1 juni 1937. Een kunstsmid uit Acht heeft nog een hek gesmeed dat de afscheiding met de kerk vormde.


Pastoor Van Wijck en pastoor Peters gefotografeerd in 1914, jaren voordat Van Wijck (links) hem zou opvolgen.

Ad Reniers herinnert zich een leuke anekdote van pastoor Van Wijck:
"In de tuin achter de pastorie die gedeeltelijk aan de speelplaats van onze school grensde, stonden ca.15 appelboompjes. Tegen de tijd dat de appeltjes rijp waren, zei de pastoor tegen ons (hij gaf bij ons op school Kathechismus-les) dat hij enige dagen van de pastorie weg was en dat wij dan niet aan de appels mochten zitten, ofwel: "Jongens, kom maar".


Zelf was hij gewoon thuis! We moesten echter wachten tot 17 uur. Dan gingen de frater-onderwijzers van de school pas terug naar het klooster aan de Frankrijkstraat. Daarna beklommen we op de Binnenpad de speelplaatsmuur en dan de muur van de pastoorstuin. En lekker dat die appeltjes waren! Ik weet bijna zeker dat de pastoor stiekum van achter de gordijnen van zijn kamer heeft meegenoten."


Een andere anekdote speelde zich af op een zondag tijdens de Heilige Mis:

"Pater Nieuwhof was een Augustijn die op zondag bij de missen in de Antoniuskerk assisteerde. In die tijd stonden de voorgangers bij het lezen van de mis nog met hun rug naar het volk. Als misdienaar moesten wij het zware boek van links (epistel) naar rechts brengen voor het evangelie en natuurlijk water en wijn aandragen voor de consecratie.


Op een gegeven moment knapte de elastiek van de broek van Pater Nieuwhof en die kwam op zijn enkels terecht. Hij gebaarde naar mij als misdienaar dat ik iets moest doen, maar ik wist niet wat. Uiteindelijk heb ik zijn broek van zijn voeten afgehaald zodat hij weer kon lopen. Grote hilariteit in de kerk. Jaren later werd er nog over gesproken," aldus Ad Reniers.


Hoe triest kwam aan dit alles een eind!

Op de beruchte zondagmorgen van 6 december 1942, toen heel Nederland St. Nicolaas vierde, werd al een groot deel van Eindhoven en Woensel door geallieerde bommenwerpers in puin gegooid. De kerk hield echter stand.

In 1943 werd ze door de Duitse bezetter beroofd van o.a. twee antieke klokken die in 1680 waren gegoten voor de voormalige St. Petruskerk ("Oude Toren) aan de Torenstraat door de Woenselse klokgieter Jan Fremy.
Ze zijn nooit meer teruggevonden.



Op 19 september 1944, daags na de bevrijding door de geallieerden, brak de hel los boven Eindhoven. Oranje lichtkogels kondigden de aanval aan: een uiterst nauwkeurig en daardoor moordend luchtoffensief op de stad door 85 Duitse vliegtuigen - Stuka's en Ju 88-bommenwerpers.

Na een hele dag van feestvieren - deze dag ging de geschiedenis in als "Dolle Dinsdag" - dacht de Eindhovense bevolking nog aan Oranje-vuurwerk bij het aanschouwen van de Duitse lichtkogels boven de stad.


De droevige restanten van de St. Antoniuskerk na het bombardement op 19 september. De fotograaf moet snel ter plekke zijn geweest, evenals de man op de foto, koster Thomassen.
Let op de brandende kaarsen!

Zestig jaar later kwamen deze foto's ineens tevoorschijn uit een oude doos, afkomstig van de vader van Fanny Bovers uit de Houtstraat. Zij stuurde ze naar Eindhoven Toen en Nu, zodat ze een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de zestigjarige herdenking van de bevrijding van Eindhoven.





De kerk aan de buitenkant. Vergelijk de vorm van de bominslag eens met het gat op een van de foto's hierboven.

 

 

Bronnen: Martien op den Buijs - Stadgenoten, Groot Woensels Memoriaal deel 1; Ad Hermens - Luchtaanvallen op Eindhoven en Philips deel 2; Hans van Melis; Fanny van Ree; Ad Reniers, Willy van Oers.

Naar Antonius-Fellenoord deel 2