Huize Eckart

 


Onlosmakelijk is de geschiedenis van Huize Eckart verbonden met die van de Heerlijkheid Eckart, gelegen op een eiland omsloten door de Dommel en de Dooigraaf ofwel Doode Gracht (rechts) en voorzien van de meest vruchtbare weilanden in de omgeving.
In 1312 is er voor het eerst sprake van de hof bij Tongelre, nabij Eindhoven, geheten Eykart, die door ridder Rogerus de Levedale te leen wordt gehouden.
Uit vele aktes blijkt in de jaren die volgen dat het boerengoed "van den Ekarde" regelmatig in andere handen overging door huwelijk, erfenis en verkoop.


Tussen 1449 en 1633 is Eckart steeds in handen van de dynastie van Merode, een periode waarvan weinig bekend is. Wel is bekend dat Eckart tussen 1503 en 1577 een "laethof" is, een boerderij waar het land bewerkt wordt door een "laet", een soort slaaf. Eckart is voor de heer altijd een rijk bezit geweest met grote opbrengsten, hoewel ook Eckart getroffen wordt door belegeringen en ziektes als de pest

Rechts: wapens van heren van Eckart



In het boekje "De Stad en Meyery van 's-Hertogenbosch van A.C. Brock, koster te St. Oedenrode, uit 1825 treffen we deze tekening aan van het kasteel. Het werd in 1695 gebouwd door Jonkheer Carel van Vlierden.
Rechts van het huis met verdiepingen ziet u de boerderij. Daar tegenover het koetshuis met paardenstal en kelder. Vooraan het poortgebouw met ophaalbrug. Aan beide zijden daarvan stallen en schuren.
Carel sterft in datzelfde jaar en zijn broer Richard erft het fraaie bezit. Als ook deze in 1720 ongehuwd en kinderloos sterft, gaat het naar neef Johan Carel de Jeger. Deze mag zich sinds 1719 door aankoop van kasteel Beauregard in Tongelre Baron noemen..




Zoon Jan erft in 1772 de heerlijkheid Eckart en gaat er ook wonen. In 1793 laat hij de grote kasteelhoeve buiten de gracht bouwen, tegenover het kasteel.

Op deze foto uit 1890 zijn op het erf de melkbussen zichtbaar en een kruiwagen met karnton. Naast de deur is op de muur een kruis geverfd om kwade geesten buiten te houden.
De baron overleed in het bouwjaar van de hoeve op 2-11-1793. Zijn vrouw stierf in 1804.




Omdat ook zij kinderloos bleven erfden de dochters van hun zwager Frederik van Laer het landgoed, echter alleen als zij er kwamen wonen. Alleen Charlotte kon hieraan voldoen; haar zus Elisabeth had een zwakke gezondheid.

Rechts: de kasteelhoeve in 2004, een monument, is alleen aan de voorzijde nog min of meer intact. Een brand in 1949 gaf de aanzet tot een grote verbouwing tot paviljoen (1950) en kapel met rectoraat (1954). Aan de achterzijde bevindt zich een herberg.



In 1810 wordt Eckart, tot dan toe een vrije heerlijkheid met eigen rechtbank, opgeheven en samengevoegd met Nederwetten. In 1819 volgt er weer een herindeling: Eckart komt bij Woensel, Nederwetten bij Nuenen en Gerwen.

In 1825 sterft Charlotte. De erfgenamen zijn minderjarig en hun voogd laat Eckart in 1828 publiek verkopen. De nieuwe eigenaresse is niemand minder dan Veronica-Cornelia Janssen, weduwe van de Eindhovense textielfabrikant J.Th. Smits (zie Centrum-Molenstraat).




Omdat het uitzicht haar niet beviel, liet zij de poortgebouwen en stallen afbreken. Uit stenen van de afbraak werd een heuse ijskelder gebouwd op de oosthoek binnen de gracht. Tot 1906 werden in de winter vierkante blokken ijs uit de gracht gezaagd en hierin opgeslagen. Zo konden zij de ijskasten van het kasteel dagelijks van vers ijs voorzien. Het ijs kon hierin wel twee jaar goed blijven.

Later was het een ideale, koele speelplek voor de vele kinderen die de zomer op Eckart doorbrachten.




Na het overlijden van Veronica in 1832 wordt Johannes-Jacobus Smits eigenaar van Eckart. Door Willem II in 1841 in de adelstand verheven, mocht hij zich vanaf die tijd Smits van Eckart noemen.
In zijn tijd vonden er nog enige wijzigingen plaats, w.o. de bouw van de stenen brug over de gracht (rechts).

In 1847 opgevolgd door zijn zoon Jan, die ongehuwd bleef en Eckart in 1877 aan de minderjarige kinderen van zijn broer Norbert naliet. In 1899 wordt Eckart opnieuw te koop aangeboden en verkocht aan Theodoor G.M. Smits.




Deze zoon van de burgemeester van Eindhoven gaat er wonen met zijn gezin. Hij heeft nogal wat te besteden en laat architect E. Cuypers uit Amsterdam een droomkasteel bouwen. Schitterende parken, stalgebouw met auto-remise, chauffeurswoning worden opgeleverd op 1 juni 1906.
.
In 1910 wordt ook de kasteelhoeve grondig gerestaureerd met veel gevoel voor historische waarden.
Inmiddels is Theodoor G.M. Smits ook in de adelstand verheven.



Als in 1920 Groot Eindhoven wordt gevormd, gaan ook Woensel en Eckart hier deel van uitmaken.

In 1937 werd het kasteel met landerijen verkocht aan de Broeders van de H. Norbertus. Zij vestigen er St. Jozefdal, een leef- en woongemeenschap voor mannelijke patiënten met een verstandelijke beperking. In 1980 trokken de broeders zich terug, waarna Stichting Eckartdal de verzorging overnam.





Uit een fusie van de stichtingen Eckart en Dommelstroom ontstond in 2000 de stichting Meare. Zij ondersteunt mensen met een verstandelijke beperking: kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen bij wonen, werken, dagbesteding en vrije tijd. Zij krijgen professionele ondersteuning op locatie Eckartdal in Eindhoven en in huizen en dagcentra verspreid in Eindhoven, Nuenen en regio De Kempen.

Rechts: dieren leveren een waardevolle bijdrage aan het leven op Eckartdal.

Hier ziet u de hoefsmid aan het werk.




  Bron: Eindhoven, Open Venster op Eckart, M.H.G. op den Buijs 1988, Streekarchief Regio Eindhoven, website Meare.